Pagina met informatie over een bepaalde publicatie over de Nederlandse schilder Jan Mankes

Auteur Groot JR de
Jaar 1979
Titel Tentoonstellingscatalogus 'Jan Mankes 1889-1920' Fries museum, Leeuwarden.
Uitgever De Drijvende Dobber, Leeuwarden

Jan Mankes werd op 15 augustus 1889 geboren te Meppel. Zijn vader, Beint Mankes, afkomstig uit de Knijpe bij Heerenveen, was in Meppel werkzaam als commies bij de belastingen. Zijn moeder, Jentje Hartsuicker, kwam uit Meppel.. In het gezin was Jan de jongste van drie kinderen.
Op zijn dertiende jaar ging hij naar de HBS, waar hij niet uitblonk. Toen zijn vader in 1903 werd overgeplaatst naar Delft, hield Jan de HBS voor gezien. Hij trok liever door de stad met een schildersbaas, die hem 's avonds tekenles gaf.
In Delft was het atelier van de glasbrander glazenier Ir. J.L. Schouten gevestigd, waar men in die jaren bezig was de glazen van de St. Janskerk te Gouda te herstellen. Jan, 15 jaar oud, meldde zich met een paar wapentekeningen en werd dadelijk als leerling aangenomen. Hij ontwikkelde zich snel: in zijn vrije tijd kreeg hij les van de schilder en glasbrander Hermanus Veldhuis (1878 1952) die als medewerker aan het glasschildersatelier van Schouten verbonden was. En tijdens de wintermaanden volgde Jan de avondcursus aan de Haagse Academie, want dat verlangde de Heer Schouten. Een cursus maakte hij af, de volgende slechts voor de helft, en leerde er naar gipsmodel tekenen. Op zondag liep hij vaak naar Den Haag om er de collecties van het Mauritshuis te bestuderen.
Na enige jaren vond hij geen bevrediging meer in het werken "op de fabriek ". Op aanraden van de door hem bewonderde etser lithograaf Antoon Derkzen van Angeren (1878 1961), die ook in Delft woonde en aan wie hij zijn eerste schilderijtjes toonde, zei hij in 1908 op 18 jarige leeftijd de glasschilderfabriek vaarwel en koos hij voor een loopbaan als vrij kunstenaar.

Het begin was in ieder geval bemoedigend: Toen hij na een halfjaar schilderen met een tiental schilderijtjes enkele Haagse kunsthandelaars bezocht, verkocht hij alles wat hij bij zich had.
Vanaf 1909 ondervond hij de steun van de Haagse kunsthandelaar Schüller, die al in 1912 een zeer succesvol verlopen tentoonstelling van zijn werk verzorgde in de Larense Kunsthandel. Tussen hen beide bestond veel sympathie; tot aan zijn dood in 1915 kocht Schüller bijna alles wat Mankes maakte. In die omstandigheden voelde Mankes zich op zijn beurt gebonden om al had hij geen contract met Schüller niets aan particulieren te verkopen, ook al was dat soms mogelijk tegen een hoger bod.
Via Schüller kwam hij, ook in 1909, in contact met de Heer Pauwels, een sigarenfabrikant uit Den Haag, die veel belangstelling voor zijn werk aan de dag legde.
Pauwels was naar zijn eigen zeggen juist op zoek naar een schilder, voor wie hij zich interesseren kon. En Pauwels zond hem per post of per bode alles wat hij voor zijn werk nodig had. Daaruit resulteerde tussen 1910 en 1918 een levendige briefwisseling van Jan Mankes aan zijn vriend, maecenas en bewonderaar; hij houdt hem daarin op de hoogte van de gemaakte vorderingen en bedankt hem voor de voortdurend volgehouden zendingen.

Mankes was inmiddels, na de pensionering van zijn vader in 1909, met zijn ouders naar De Knijpe bij Heerenveen verhuisd. De familie betrok een woning aan de Schoterlandse Compagnonsvaart, op een half uur afstand van het Oranjewoud. Een kamer met witgekalkte muren, aan de achterzijde van het huis, diende Jan tot atelier. Dit atelier bood uitzicht op een grote oude tuin met kippehok, een sloot voor de ganzen en een schuur voor de geiten, want Jan's vader wilde gaan boeren.
De uitgestrekte velden, het Oranjewoud .... het lag nu binnen handbereik. Jan was een groot natuurliefhebber; hij genoot van het buitenleven en van de flora en fauna van het Friese Land. Hij had weinig nodig om zich gelukkig te voelen. Motieven om te schilderen vond hij in overvloed in de nabijheid, op het erf van zijn ouderlijk huis of in de velden wat verder af en vooral in het bos. Het Oranjewoud werd zijn geliefkoosd wandelgebied waar hij uren zoetbracht en opmerkte, wat voor de doorsnee bezoeker verborgen bleef.