Pagina met informatie over een bepaalde publicatie over de Nederlandse schilder Jan Mankes

Auteur Mankes-Zernike A
Jaar 1927
Titel Ter Inleiding.

'Het is bijna 7 jaar geleden, dat Jan Mankes stierf en wat is vertroostender dan te bemerken, dat zijn kunst sinds voor telkens meerderen leven gaat ? Het eerste boek, met de reproducties, met de levensbeschrijving en met de beschouwing van Roland Holst werd uitverkocht, zoodat een kleine tweede oplaag noodig is gebleken. En nu komt een nieuw boek, met nieuwe reproducties en met een van het blokje afgedrukte houtsnede, met beschouwingen van Plasschaert en Havelaar, den ouden vrienden van zijn kunst nieuws brengen en nieuwe vrienden winnen. Dat het eerste boek, in Engelsche en Duitsche vertaling, het werk in nog ruimer kring bekend zal maken, zal naar ik hoop en verwacht niet te lang illusie blijven . . . .
Velen hebben bedenkingen tegen reproducties van schilderijen. Anderen weer onderscheiden ze niet van het origineele kunstwerk en noemen iedere plaat in een lijstje „een schilderij". Ik geloof, dat onze waardeering tusschen deze beide uitersten in moet staan. Ik weet, dat Jan Mankes' waardeering van de reproductie daar stond. „Hang liever een reproductie naar een goed schilderij op, dan een slechte origineele" heeft hij jongen vrienden meermalen geraden. Brengt de eerste ook niet meer mee van den geest? Ik geloof niet, dat Jan ooit een japansche schilderij heeft gezien en toch, ook reeds voordat hij in Leiden van de japansche houtsneden kennis nam, heeft die kunst hem beïnvloed . . . . via twee kleine Gowanboekjes met reproducties. Met 'n paar origineele houtgravures van Dürer was hij in later jaren blij. Maar uit de stuk bekeken Duitsche biographie met de reproducties tusschen den tekst, was de geest van den grooten 16de eeuwer reeds tot hem gekomen.
Iedere kunst heeft de begrenzing van haar aard en voor zoover die er niet een is van haar wezen tevens, hebben wij het goede recht te trachten die grenzen te doorbreken. De menschelijke stem draagt slechts enkele meters. De radio, die haar een onbegrensd gehoorveld geeft, verkracht daarmee haar wezen. Want zij behoort organisch bij den sprekenden mensch, ze kan niet van hem worden losgemaakt zonder dat ze een onding wordt, een wezenlooze verspreider van mededeelingen desnoods, een wekker van emotie nimmer. Elke kunst, die zich in woorden uit, heeft de taal als begrenzing en 't is niet te ontkennen, dat die taal veel van haar wezen inhoudt. Wie die begrenzing doorbreekt en 't kunstwerk vertaalt, tracht dan ook niet anders dan dat wezen over te dragen in een andere taal. (Vertalen = übertragen). Hoe minder dat wezen geschonden werd, hoe beter de vertaling. De schilderkunst wordt begrensd doordat het schilderij, anders dan het boek, slechts op één plaats kan zijn tegelijkertijd. En al is die plaats in een museum, waarheen meerderen zich kunnen begeven, de belemmering blijft. De reproductie tracht haar te doorbreken. Naarmate zij beter is en de schilderij zich meer tot reproduceeren leent, brengt zij meer van den geest van het werk tot velen.
De impressionistische schilderijen lieten zich haast niet reproduceeren, daar ze meer kleur waren dan lijn. Hoe meer het in 't werk tevens om den vorm gaat, hoe meer een reproductie een benadering kan zijn van het origineel. Het pleit voor de gebondenheid, voor de geconcentreerdheid van werk, als 't het uithoudt ook in reproductie . . . .
Tegen beschouwingen over schilderkunst geldt in 't algemeen ook menig bezwaar. Ze kunnen zich hinderlijk schuiven tusschen het werk en ons, onze aandacht vragen voor details, die we liever zelf hadden gevonden; onze eigen reactie op het werk belemmeren, doordat ze 't reeds benoemen, voordat wij zelf 't goed zagen. Maar ook kunnen ze ons helpen om dieper te zien dan we uit ons zelf vermochten, als de intuïtie en de kennis van den beschouwer grooter zijn dan de onze en licht werpen op het wezen van den kunstenaar, dat zich in zijn werk verbergt.